Martine Groen is geboeid door het neo expressionisme en geeft daar een eigen vorm aan. Zij laat zich inspireren door andere kunstenaars, zoals de schrijver Calvino, de dichter K. Michel, schilders als Marjolein van den Assum, Klinkhamer, Kirkeby, Diederen, Eugene Brands, Zoa, Cannella.

Er zijn vaste thema’s in haar werk, het landschap, het ritme van de natuur, patronen van het landschap, herhalingen, uitzonderingen, veranderingen; tekens van de aarde. Er is ook een bekommernis in het werk om de teloorgang van de kwaliteiten in het bestaan die zoals Calvino in zijn zes Memo’s beschrijft behouden moeten blijven.

Het minimalisme van de ruimte is een karakteristiek van haar werk. De grote geografie is gevangen in de overgangen naar een andere werkelijkheid. Naar een werkelijkheid die zich buiten het schilderij bevindt, die zich openbaart in schaduwen en droombeelden. Er ontstaat zo een structuur in het schilderij die de ruimte van het schilderij de onbegrensdheid geeft van een onbepaalde beweging.